Die Anarchistische Abend Unterhaltung, dus. Zoals de naam al laat vermoeden géén groep die voor evidenties kiest. Van Antwerpse komaf, om te beginnen. En klassiek geschoold, ook dat nog. Maar waar anderen verzanden in experiment, pakt het bij broers Simon en Buni Lenski (respectievelijk cello en viool) in den beginne beter uit. Sony Classical biedt de band een internationaal platencontract na een titelloos debuut in '95. Datzelfde Sony Classical weet twee jaar later zelf niet meer wat aan te vangen met de Belangrijke Tweede We Need New Animals, en DAAU manoeuvreert zich vrij. Columbia biedt onderdak, maar is uiteindelijk slechts een stap op weg naar een eigen label Radical Duke Entertainment. Eindelijk hebben Stubbe, Van Camp en de Lenski’s - tijdelijk met broer Adrian erbij - volledige ruimte om vol voor de combinatie zelfontwikkeling-ontdekking te gaan. Nu eens ten dienste van een film ('Archipels Nitrate' van Claudio Pazienzia), dan weer in samenwerking met een electrocombo (Ez3kiel) of een folknoir-duo (Murder). Meer nog dan via studiowerk waaiert de DAAU-reputatie via live-optredens uit. De band speelt in Denemarken, Hongarije, Rusland, Brazilië en zelfs Taiwan, om er die bedwelmende sfeer op te roepen die ook de jongste plaat The Shepherd's Dream kenmerkt. Die Anarchistische AbendUnterhaltung present “The Shepherd’s Dream” (RD 013) (Radical Duke Entertainment/ PIAS distributie) “De ideale manier om naar deze muziek te luisteren is languit liggend op de grond, met je ogen gesloten”, zegt cellist Simon Lenski over ‘The Shepherd’s Dream’, de nieuwe cd van DAAU. Met de vijf uitgesponnen instrumentale composities op haar zesde langspeler neemt de Antwerpse groep, voluit Die Anarchistische Abendunterhaltung, de luisteraar mee op reis naar onbestemde verten. ‘The Shepherd’s Dream’ is de eerste plaat van DAAU zonder violist en medestichter Buni Lenski, die inmiddels naar Parijs is verkast. “We hebben er voor gekozen de viool níet te vervangen, omdat die een verlengstuk was van Buni’s persoonlijkheid”, zegt cellist Simon Lenski. “En die had nu eenmaal haar eigen plek in de chemie van de groep. Het was wel even zoeken naar een ander klankbeeld, maar sowieso gaat het bij ons veel meer om het verhaal dat we willen vertellen dan om het gebruikte instrumentarium.” Sinds het ontstaan van DAAU in 1992 wordt haar muziek vooral gedefinieerd door wat ze níet is: het is geen klassiek, geen rock, geen folk, maar dat alles tegelijkertijd. De zesmansbezetting waarmee in 2006 ‘Domestic Wildlife’ werd ingeblikt is nu gereduceerd tot een kwartet waar, sinds een jaar of drie, ook contrabassist Hannes d’Hoine deel van uitmaakt. “Na onze nogal onstuimige vorige cd waren we toe aan een verstilder, intimistischer geluid, zonder drums of electronica”, vertelt Simon Lenski. “Doorgaans werken we heel intuïtief, en blijkbaar hadden we allemaal nood aan herbronning. Het deed deugd weer met zijn vieren in één kamer te zitten en enkel onze instrumenten te laten spreken. De muziek is organischer geworden en misschien is dat een gevolg van het feit dat we weer wat ouder en rijper zijn. We hebben minder behoefte aan Sturm und Drang. Vandaar de pastorale sfeer en de suggestieve zeggingskracht die de nummers uitstralen.” “Wat we doen steunt nog altijd op onze emoties”, pikt klarinettist Han Stubbe in. “Maar het zijn uiteraard niet meer dezelfde als tijdens onze beginjaren, omdat we ook als mensen zijn geëevolueerd. Vroeger was onze aanpak vrij chaotisch, waardoor onze cd’s vaak coherentie misten. Op ‘The Shepherd’s Dream’ is alles veel duidelijker. We hebben een nieuw soort energie ontdekt.” Op de nieuwe cd hebben de leden van DAAU voor het eerst gezamenlijk en eensgezind een specifieke richting gekozen.. De groep glijdt langzaam maar zeker weg van geijkte structuren en kiest voor een vrijere vorm waarin doorgaans een minimalistische aanpak wordt vooropgesteld. “We hebben niet langer de neiging onze nummers vol te proppen met noten”, legt Stubbe uit. “Aanvankelijk schrokken we ervan hoe ingetogen we plots klonken, want dat leek ons een tamelijk extreme ontwikkeling. Toch zijn we niet teruggekrabbeld, beslisten we de ingeslagen weg juist nog verder uit te diepen.” De vijf tracks op ‘The Shepherd’s Dream’ kwamen tot stand tijdens lange improvisatiesessies. De leden van DAAU musiceerden zonder vooropgezet plan en namen alles op zodat ze naderhand de beste stukken zouden kunnen reconstrueren en naspelen. Door de spontane improvisaties als echte composities te beschouwen, probeerden ze de frisheid van hun ontstaansmoment te bewaren. Wel namen ze de tijd om de composities helemaal tot wasdom te laten komen en ze achteraf tot in de kleinste details bij te schaven. De huidige akoestische sound van DAAU werd beïnvloed door twee andere projecten waar de groepsleden recentelijk bij betrokken waren. Stéphane Grégoire van het Franse Ici d’Ailleurslabel riep de medewerking van de muzikanten in voor ‘The Dark Age of Love’, een hommage aan de Britse cultformatie Coil. Onder de naam This Immortal Coil werkte DAAU daarop onder meer samen met Bonnie ‘Prince’ Billy, Yann Tiersen en Matt Elliott van Third Eye Foundation. “Eigenlijk waren we voordien nauwelijks met de muziek van Coil vertrouwd”, geeft Simon Lenski toe. “Die groep zat vooral in de elektronische en de industrialhoek, maar het was een boeiende uitdaging hun songs, die zo ver van ons af stonden, te herinterpreteren met ons eigen instrumentarium. Dank zij de vaststelling dat we in staat waren andermans werk te coveren, begrepen we dat we iets soortgelijks konden doen met ons eigen, aanvankelijk geïmproviseerde materiaal. Ook componeerden we onlangs een soundtrack voor ‘Archipels Nitrate’, een documentaire over de Brusselse Cinematek van cineast Claudio Pazienza. Muziek bij beelden mag niet al te opdringerig zijn en uit die samenwerking hebben we geleerd als muzikanten met meer gevoel voor subtiliteit en suggestie te werk te gaan..” Volgens Roel Van Camp verwijst ‘The Shepherd’s Dream’ in meer dan een opzicht naar het titelloze debuut van DAAU uit 1995. “Onze muzikale attitude is vergelijkbaar met die van toen. Het verschil zit hem vooral in de ervaring en de bagage die we de jongste vijftien jaar hebben verworven. Bovendien zijn we betere muzikanten geworden die hebben geleerd aandachtiger naar elkaar te luisteren.” Toch vindt Han Stubbe dat er ook sprake is van een belangrijk verschil: “Onze vroege composities steunden op een snelle opeenvolging van uiteenlopende ideeën. Op onze nieuwe plaat kozen we telkens voor één idee dat grondig werd uitgewerkt en uit verschillende oogpunten belicht.” ‘The Shepherd’s Dream’ houdt het midden tussen droom en daad, tussen werkelijkheid en utopie. Of anders gezegd: wég met de anarchie, leve de poëzie. HOE HET BEGON Voor wie DAAU pas met ‘The Shepherd’s Dream’ ontdekt, nog even een stukje geschiedenis. De groep ontstaat in de vroege jaren negentig van de vorige eeuw als onderdeel van de Antwerpse scene, die ook bands als dEUS en Zita Swoon voortbrengt. De broers Simon en Buni Lenski (respectievelijk op cello en viool), Han Stubbe (klarinet) en Roel Van Camp (accordeon), allemaal klassiek geschoold, zijn dan nog tieners, maar vinden met hun voornamelijk akoestische muziek meteen een eigen sound. Ze bespelen hun instrumenten met een rockattitude, geven blijk van een zigeunerspirit en improvisatie speelt vanaf het begin een belangrijke rol bij het ontstaan van hun composities. Hun groepsnaam, Die Anarchistische Abendunterhaltung, ontlenen ze aan de roman ‘Der Steppenwolf’ van Herman Hesse uit 1927. Het kwartet debuteert in 1995 met een titelloze cd op het kleine Jack & Johnny-label, maar krijgt vrij snel een internationaal contract aangeboden door Sony Classical die de eerste plaat later, zij het in een andere verpakking, opnieuw zal uitbrengen. De moeilijk uit te spreken bandnaam wordt afgekort tot DAAU en op haar tweede plaat, ‘We Need New Animals’ (‘97), opgenomen met de hulp van Michael Brook, toont de groep een heel nieuw gezicht. Ze introduceert hyperkinetische electrobeats en technobleeps en gaat in zee met gastzangeressen Angélique Willkie (ex-Zap Mama) en An Pierlé. Die experimentele aanpak valt bij Sony Classical niet erg in de smaak, zodat DAAU spoedig naar Columbia verhuist. Op ‘Life Transmission’ (2001) komt Lenski nummer drie, pianist Adrian, de rangen vervoegen en dolt de groep nog méér met dub, funk, vervormingsapparatuur en geprogrammeerde passages. Met het oog op het nummer ‘Mary Go Round’ doet DAAU zelfs beroep op de stembanden van Ya Kid K, bekend van Technotronic, maar elders op de plaat slaan enkele groepsleden ook zelf aan het zingen. Voor de concerten uit die periode wordt de line-up aangevuld met drummer Janek Kowalski. Na de raritiesverzameling ‘Ghost Tracks’ keert de groep met ‘Tub Gurnard Goodness’ (‘04) min of meer terug naar haar akoestische wortels. De cd bevat wel nog enkele reggaeuitstapjes en een opmerkelijke coverversie van Radioheads ‘2+2=5’. ‘Domestic Wildlife’ (‘06) heeft een veel uitbundiger karakter: DAAU is, door de toevoeging van drummer Geert Budts en contrabassist Fré Madou, uitgegroeid tot een heus sextet en flirt nu nadrukkelijker met rockgrooves en tonaliteiten uit de jazz. Kort na de opnamen wordt Madou vervangen door Hannes d’Hoine. Uiteindelijk vertrekt ook Buni Lenski om zich in Parijs te gaan vestigen. Om zijn artistieke onafhankelijkheid te garanderen richt DAAU in de vroege noughties met Radical Duke Entertainment een eigen platenlabel op, dat ook cd’s zal uitbrengen van bands als Dez Mona, Wild Ox Moan en het Belgisch-IJslandse Mogil. Sinds haar ontstaan beschikt DAAU over een imposante livereputatie. De groep toert intensief door heel Europa, maakt indruk tijdens grote festivals in Frankrijk, Zwitserland, Hongarije en Denemarken en treedt zelfs op in Rusland en Taiwan. Tussendoor zijn de leden ook actief in andere bands: Roel Van Camp maakt deel uit van Dez Mona, Simon Lenski neemt een experimentele celloplaat op met Bo Wiget (‘Die Vögelein schweigen im Walde’) en gaat een vruchtbare werkrelatie aan met de dames van Laïs (‘Laïslenski’). Voorts is hij, samen met Han Stubbe, betrokken bij Prima Donkey én Donkey Diesel. In zijn huidige viermansbezetting werkt DAAU mee aan het hommageproject ‘The Dark Age of Love’ van This Immortal Coil en de film ‘Archipels Nitrate’ van Claudio Pazienza. Op het podium smeedt DAAU in de loop van zijn carrière nauwe allianties met het Franse electrodubgezelschap Ez3kiel en, recenter, met het Deense folknoirduo Murder. Een gezamenlijk optreden tijdens het Deense Spotfestival in 2008 weet zelfs David Fricke, sterjournalist bij het Amerikaanse blad Rolling Stone, een stroom van superlatieven te ontlokken. In 2010, tenslotte, snijdt DAAU een nieuw hoofdstuk aan met het bucolische ‘The Shepherd’s Dream’, waarmee de groep overtuigend aantoont dat haar creatieve ontwikkeling nog lang niet is afgerond. “The Shepherd’s Dream” verschijnt initieel uitsluitend in een bijzondere verpakking; een houten doosje waarin ruimte is voor een tweede CD. De bedoeling is dat de liefhebber na de live concerten van het gezelschap, meteen een live opname van die avond kan kopen en zodoende zijn ‘box’ vullen met kersvers DAAU materiaal.